Jan Buys Blog

Jan Buys Blog

Vleermuizen op Limburgse kerken

Beesten en plantenPosted by Jan Buys 28 Sep, 2014 22:41:51
Al weer heel lang tellen we met een groepje mensen de vleermuizen die op de zolders en in torens van Limburgse kerken zitten (en een enkel landhuis). Doel is primair het wel en wee te volgen van de grijze grootoorvleermuis. Een soort die in Nederland de noordgrens van haar verspreidingsgebied bereikt (Limburg, Brabant, Zeeland). Nou daar gaat het goed mee. De aantallen nemen gestaag toe met dit jaar weer eens een record. Bij de tellingen zien we ook de gewone of bruine grootoorvleermuis, die meer algemeen is en die je in het hele land kunt vinden, op kerkzolders maar ook in holle bomen. Ook die waren dit jaar goed vertegenwoordigd, met als klappers de kerken in Ell en Swartbroek. Die liggen vlak bij elkaar en op korte afstand van het dal van de Tungelroyse Beek en het gebied de Krang. Kennelijk erg aantrekkelijk voor de bruine grootoortjes, in iedere kerk zat er een groep van 50!
Vorig jaar hebben twee studenten een aantal kerken waar we tot voor kort nooit kwamen bekeken op de aanwezigheid van vleermuizen. Dankzij dit voorwerk wisten we dat het zin had om een aantal kerken er bij te gaan pakken (Tungelroy, Stramproy, Neeritter en Thorn), met succes, de nodige grijze grootoortjes!
Meer noordelijk in Limburg waren de aantallen gewoontjes.

Met dank aan Paul, Neeltje, Bernadette, Martijn en Martijn.

Grijze grootoorvleermuizen op de kerkzolder van Ell







Doden katten wezels?

Beesten en plantenPosted by Jan Buys 21 Sep, 2014 22:40:01
Als bewoner van het buitengebied met twee katten krijgen we een selectieve steekproef langs van wat er zoal aan kleine zoogdieren in onze omgeving zit. Hoofdzakelijk veldmuizen, dit jaar ook regelmatig woelratten (waaronder melanistische) en af en toe konijnen, ratten en zo meer. Maar zouden onze katten ook in staat zijn wezels te doden?

Begin juli vond ik een verse dode wezel op onze oprit. Dit dier had een beet in de linker flank, met twee afdrukken van hoektanden die uitstekend van een kat kunnen zijn. Zie de foto's: het hele dier, de beet en de kop.

Ik heb het beestje gefotografeerd en begraven op een plek waar ik later het schedeltje kan terugvinden, de waarneming geregistreerd en het daar bij gelaten.....

Vanochtend (21 september) vond ik weer een dode wezel, dit keer in de voortuin en ik schat tenminste een dag of vijf dood, de maden waren al met hun werk bezig. Het lijkt erop dat deze wezel op dezelfde manier is doorgebeten, tenminste als je er van uit gaat dat bij die wond de ontbinding het snelst gaat. Zie de foto's: het hele dier en de kop (geen frisse foto's!)

Gezien beide vindplekken liggen onze katten erg voor de hand als dader. Maar wezels zijn bepaald niet voor de poes, het zijn pittige rovers, zeker gezien hun grootte. En onze katten lopen puntgaaf (en poeslief) rond, die hebben geen schrammetje opgelopen bij het eventuele gevecht. Opmerkelijk.

Ik ben heel benieuwd naar ervaringen van anderen met dit fenomeen....


PS 1. Het is bekend dat het niet echt goed gaat met de kleine rovertjes als de wezel. In de tien jaar dat we hier wonen heb ik in de directe omgeving tot deze twee er maar drie keer een gezien, dus het lijkt erop dat er meer zijn....

PS 2: met tien jaar kattenprooien wordt het tijd voor een artikeltje. Goed voornemen voor de winter.





telling ingekorven vleermuizen in Limburg

Beesten en plantenPosted by Jan Buys 30 Jul, 2013 00:46:55
Sinds een aantal jaren tel ik samen met Henk Heijligers tot voor kort de grootst bekende vleermuiskolonie in Nederland: in de abdij Lilbosch bij Echt. In 2011 telden we zo'n 800 dieren, vorig jaar was die kolonie ineens teruggevallen tot een dikke 60 dieren. Rara.
Omdat de abdij en de andere grote kolonie (het klooster in Mariahoop) onder Natura 2000 vallen heeft de provincie Limburg meteen geld uitgetrokken om een antwoord te krijgen op de vraag: waar zijn die dieren gebleven? Johannes Regelink, Jasja Dekker, René Janssen, Thijs Molenaar en een aantal helpers gingen aan de slag: dieren vangen, zendertje opplakken en volgen naar hun dagverblijf. Dat is hard werken en leverde een aantal nieuwe verblijfplaatsen op, meestal met kleine groepjes dieren. Uit informatie van de eigenaren van de gebouwen bleek dat veel van deze verblijven al langer in gebruik zijn.
Deze nieuwe verblijven zijn eind mei, juni en afgelopen weekend onderzocht op aanwezige vleermuizen. Dat er eind mei nog weinig beesten waren was normaal voor het seizoen. In juni waren het er nog steeds erg weinig, al wel enkele jongen, dus daar werden we ongerust van.
Zaterdag 27 juli ben ik samen met René de meeste bekende verblijven af geweest. Dat gaf een aanzienlijk rooskleuriger beeld: ergens tussen de 800 en 900 dieren (we zijn de gemaakte foto's nog aan het natellen), daarmee 80-90% van het aantal dieren dat in 2011 in de twee tot dan toe bekende verblijven verbleef (ruim 1000).

Tot vorig jaar namen we aan dat de twee groepen het overgrote deel van de Middenlimburgse populatie vormde. Dat beeld is in duigen gevallen, er blijken meer verblijven te zijn, wat meteen verklaart dat er vrij grote verschillen tussen jaren konden zitten in Lilbosch (2010 ruim 600, 2011 ruim 800).

Dat er meer verblijven zijn blijkt uit:
- we in juni het grootste deel van de populatie gemist hebben, die dieren moeten toen al wel in het gebied zijn geweest.
- sommige 'nieuwe' verblijven al jaren in gebruik zijn zonder dat we dat -ondanks eerder zenderonderzoek- goed in de gaten hadden.

Een relevante vraag is ook: waarom is de kolonie in Lilbosch uit elkaar gevallen? Ik durf de hypothese aan dat deze uiteindelijk te groot gegroeid was en dus als het ware uit elkaar geklapt is. Verstoring door mensen (gebruik verblijven is niet veranderd), kerkuil (zit er al decennia) of steenmarter (idem) houden geen van allen stand als verklaring. Dat er nu weer een wat grotere groep (ruim 100 dieren) zit geeft aan dat het nog steeds een interessant verblijf is voor de ingekorven vleermuis.

Tot slot: afgelopen zaterdag was dus een heel andere manier van tellen dan voorheen. Toen volstond een snel bezoek aan de adbij Lilbosch (Ludy Verheggen telt Mariahoop). Nu waren we een lange dag op stap langs een baaierd aan verblijven, variërend van een koestal via voormalige carréboerderijen, een aardappel bewaarplaats (een soort imitatie mergelgroeve) naar de bekende kloosterzolders. Zie hier voor een fotoverslag.
Opvallend was dat alle eigenaren trots op 'hun' vleermuzien zijn en het leuk vinden een paar rare onderzoekers te ontvangen. Dat is wel een iets vertekend beeld, niet alle eigenaren van verblijven waar gezenderde dieren zaten wilden ons toegang verschaffen.
Opvallend is ook dat het vaak markante mensen zijn, bepaald geen doorsnee burgers. Dat kan bijna geen toeval zijn, doordat zij hun 'ding' anders dan gemiddeld doen draagt er ongetwijfeld aan bij dat er plek is voor vleermuizen op hun erf.


Bunkereenden

Beesten en plantenPosted by Jan Buys 02 Jun, 2013 10:50:39
Al eerder was mij opgevallen dat er veel bergeenden aanwezig zijn op de plasjes van het Werk aan de Groene Weg. Naar blijkt heeft dit alles te maken met de aanwezigheid van een hele batterij volgestorte / opgevulde kazematten / groepsverblijven / bunkers. Daar broeden deze fraaie eenden in.... Da's nog eens wat anders dan een gekraakt konijnenhol. Dat het broeden succesvol blijkt, laat onderstaande foto zien: een paar op weg naar de uiterwaarden met zo'n 20 pullen (staan niet allemaal op de foto), waarschijnlijk meerdere broedsels samengevoegd tot een kleuterklas, gedrag dat ik ook ken van grauwe gans.

De kop is er af

Beesten en plantenPosted by Jan Buys 14 Apr, 2013 23:18:06
Was de eerste ronde van mijn broedvogelmonitoring in d e Steenwaard (op tweede paasdag) nog een winterse aangelegenheid, vanochtend begon het meer op lente te lijken. De eerste echte ronde voor weidevogels vanmiddag maakte het gevoel compleet: weer eens lekker zonder jas en meteen de nodige nesten...

Het begon vanochtend meteen, weliswaar nog met een druilerig regentje, met het eerste koppel grauwe ganzen met pullen. Die waren de vos dus te slim afgeweest, wat lang niet voor alle ganzen geldt: de nodige eieren in andere nesten waren gesneuveld. Daar kan geen ganzenbeheersplan tegenop.....
De eerste keer was het al opvallend: erg veel konijnen in de uiterwaarden. Het gaat landelijk weer beter met deze jongen, klaarblijkelijk ook in de Steenwaard.
Minder goed was het een stokoude bunzing vergaan (zie foto, vooral de tanden), die was ergens in het volle veld door zijn spreekwoordelijke hoeven gezakt.
Oh shit, ik was vogels aan het tellen. Leuk was vooral een groepje gele kwikstaarten dat meevliegt met de koppel koeien die in de Steenwaard graast. Prachtige gele flitsen rond die beesten. Een nog leuker dat er tenminste één Engelse gele kwikstaart bij zat: met een geelgroen koppie in plaats van een grijswitte. Merkwaardigerwijs zaten er nauwelijks graspiepers te zingen, twee weken terug was dat wel anders. Ze zijn er wel, maar hingen in groepjes rond, net als wat groepjes veldleeuweriken, waarvan de territoriumhouders al wel lekker aan het zingen waren.

Vanmiddag dan serieus et het weidevogelen begonnen. Dat wordt een rustig jaar omdat één van de percelen waar anders grutto's en tureluurs zitten is omgeploegd. Dat is natuurlijk erg jammer, maar dat krijg je met een nieuwe eigenaar. Die overigens wel met de weidevogels rekening wil houden, eerst wilde hij het perceel pas in mei omploegen, en dat zou veel kwalijker zijn geweest: dan zitten de grutto's en tureluurs op de nesten en zouden ze in de nesten zijn beland.... Nu zullen ze het met het naastgelegen perceel dat tot 15 juni met rust wordt gelaten moeten doen. Al met al is deze situatie van twee kwaden de minst slechte. En nu maar hopen dat er volgend jaar weer gras komt.
Op de akker lagen al wel kievitsnesten (zie foto), evenals op een ander grasperceel: meteen zes nesten, 5x4 en 1x3 eieren....

De kop is dus af.


Overwinterende vleermuizen in Noord-Limburg

Beesten en plantenPosted by Jan Buys 23 Jan, 2013 23:34:40
Zoals inmiddels al weer 28 jaar lopen we in Noord-Limburg een aantal keldertjes, ruïnes en dergelijke af om de daar overwinterende vleermuizen te tellen. Na een zwoele telling in 2012 was het afgelopen vrijdag (18 januari) weer een echte wintertelling en dat zie je ook terug in de aantallen dieren: blijven ze bij warm weer op minder temperatuurstabiele plekken (zoals bomen), bij kouder weer vind je ze weer in de keldertjes en dergelijke. Met 109 getelde beesten is dit het op één na talrijkste jaar, 2011 hadden we er meer. Consequente trend vanaf de eeuwwisseling is dat de franjestaart toeneemt en dat de watervleermuis en bruine grootoorvleermuis schommelend min of meer stabiel zijn qua aantallen. Ik zie dat beeld voor de franjestaart ook in het deel van de Pietersberg dat ik ieder jaar tel, waar ook de ingekorven vleermuis het goed doet. Daar lijkt de watervleermuis zelfs wat te dalen.

bedauwde franjestaart in de ruïne van Bleijenbeek

de aantalsontwikkelingen

Broedvogels Steenwaard 2012

Beesten en plantenPosted by Jan Buys 04 Jan, 2013 22:43:16
In 2012 voor de achtste keer de broedvogels in de Steenwaard geïnventariseerd. In het verenigingsblad van de Vogelwacht Utrecht de Kruisbek stond laatst een overzicht van de eerste zeven jaar. Heel kort door de bocht is het beeld dat vogels van bos en struweel toenemen, die van weide, akker en strand afnemen en dat watervogels stabiel zijn in aantal.

Voeg ik hier het beeld van 2012 aan toe, dan blijft het grofweg hetzelfde, zij het dat er in de groep watervogels een aanzienlijke daling is, veroorzaakt door het nagenoeg geheel verdwijnen van de kolonie oeverzwaluwen: de ze duikelde van rond de 100 naar nog vier nesten. Oorzaak is dat de steilranden ongeschikt geworden zijn door instortingen, grotendeels veroorzaakt doordat de waterstanden vrij lang vrij laag waren in combinatie met het ontstaan van een soort vooroever door de afkalvingen in de laatste jaren. Zo had het vee alle gelegenheid had de wanden te bewerken, waardoor het meer hellingen dan steilranden zijn geworden. Verder waren de aantallen blauwborst en rietgors opvallend lager dan vorig jaar.

Weidevogels zijn inmiddels nagenoeg uit de Steenwaard verdwenen, evenals de patrijs. Struweelvogels als grasmus, roodborsttapuit doen het daarentegen goed.
DE aantallen ganzen zijn stabiel, mede dankzij het 'beheer' door vossen en mensen.

Van het pad af met Johannes

Beesten en plantenPosted by Jan Buys 16 Dec, 2012 22:45:09
Als geïnteresseerde buitenstaander is de afgelopen dagen mijn verbazing recht evenredig gegroeid met het gedoe rond de levend gestrande bultrug bij Texel, inmiddels Johannes gedoopt en in die hoedanigheid overleden, na enkele tevergeefse pogingen hem weer in zee te krijgen en een vervolgens toegediend 'spuitje'. Mijn verbazing gaat over het amechtig proberen te helpen, het uit de hand gelopen antropomorfisme (Johannes) en het gevecht over zijn lijk. Ofwel: we zijn met zijn allen lekker van het pad af.....

Omdat ik mij interesseer in het wel en wee van wilde zoogdieren en die een normale plek in onze samenleving gun mijn analyse:

Ten eerste: heeft het zin zo'n beest weer terug naar zee te slepen? Kees Moeliker legt dit perfect uit in deze column: nee dus. De populatie bultruggen heeft er niets aan en het dier gaat toch dood.

Ten tweede: moet je hem dan maar laten liggen sterven? Tsja, strikt genomen wel, als hij op een afgelegen plek gestrand was of in volle zee aan het eind van zijn leven zou zijn gekomen had hij zijn doodsstrijd ook alleen moeten doen. Nu hij in het zicht ligt van 17 miljoen teerhartige Nederlanders kan dat laatste een reden zijn hem snel en effectief uit zijn lijden (als daar overigens al sprake van is) te 'verlossen'. Of het inmiddels beruchte spuitje het meest effectieve is weet ik niet, ik ga daar maar van uit.

Tot slot: de dans om zijn lijk. Ons Nationaal Natuurhistorisch museum staat te springen het dier te slopen en zijn geraamte ten toon te stellen. Het slopen of ontleden met wetenschap als argument. Dat is nou net onwetenschappelijk.... want laat het beest nu gewoon liggen, neem hooguit wat monsters om bijvoorbeeld meer over zijn dood te weten te komen. En laat vervolgens de natuur zijn werk doen: dood doet leven. Juist omdat hij op de Razende Bol ligt en niet op een strand kan dat prachtig. Mooiere natuureducatie kun je niet bedenken. Daar kan geen tentoongesteld geraamte in Leiden tegenop. Maandenlang uiterst interessante excursies, een boost voor de plaatselijke economie. En we wennen er eindelijk eens aan dat alles wat leeft ook een keer dood gaat, wat weer een bron voor leven is, iets wat we collectief vergeten lijken te zijn. Dit alles is wetenschappelijk duizend maal interessanter dan snel opruimen. Het zal in het begin wat stinken, maar dat doen heel wat mensen, bedrijven en auto's ook. En als hij dan tot op het bot afgekloven is kan hij alsnog naar Leiden, een tweede levensverhaal rijker......

Next »